Menselijk contact met de patient is onvervangbaar

Wat heeft een champignonkweker te zoeken in de hartkatheterisatiekamer? Alles, als je Adrie Withagen heet. Eén ongeluk zette zijn leven op een ander spoor. Weg uit de kwekerij en een indrukwekkende carrière in de cardiologie waar hij duizenden levens redde. Nu hij al een poos met pensioen is, klinkt zijn belangrijkste inzicht helderder dan ooit: “Het hart is nooit alleen een orgaan. Het hoort altijd bij de mens eromheen’.

Op een ijskoude kerstavond in Zevenbergen fietst de jonge Adrie Withagen gebogen over zijn brommer tegen de wind in. Het was pikkedonker op de dijk, de sneeuw zwiepte in zijn gezicht. In een laatste flits zag hij de vrachtwagen. Hij kon hem net ontwijken, maar toch ging hij onderuit. Een gebroken been en vervolgens maanden bedrust. Zijn vader had een champignonkwekerij. De verwachting was dat Adrie ook in het bedrijf zou stappen, zoals zoveel zonen dat destijds deden. Tot die ene botsing zijn levenslijn een andere richting opstuurde. Uit verveling pakte hij zijn studie weer op waar hij eerst te weinig tijd en aandacht voor. Eerst de avond-ULO, daarna de avond-HBS. En uiteindelijk besliste zijn hart voor de geneeskunde. “Een geluk bij een ongeluk,” noemt hij het zelf.

Mens en hart

Vanaf dat moment werd zijn leven niet de wereld van champignons, maar die van het hart. Eerst als arts, later als cardioloog in Delft. “In de eerste plaats gaat het om diagnostiek,” legt hij uit. “Patiënten komen met klachten via de huisarts. Dan zoek je uit wat er speelt en beslis je over behandeling: medicijnen, leefregels, soms een operatie.” Maar voor Withagen was cardiologie nooit alleen techniek. “Het mooiste vond ik het contact met mensen. Voor mij is een patiënt geen hart met een mens eromheen, maar een mens met een hart. Ik wilde altijd weten hoe iemand leefde, wat zijn achtergrond was. Dan moet je goed kunnen luisteren. Je behandelt nooit alleen een orgaan. Je behandelt een mens.”

Een halve eeuw vooruitgang

Toen Withagen in de jaren tachtig begon, stierf bijna de helft van de patiënten met een acuut hartinfarct. “Veertig tot vijftig procent. Onvoorstelbaar als je het nu vergelijkt.” Dankzij nieuwe medicijnen en technieken daalde dat sterftecijfer tot een paar procent. Hij zag de technologie in hoog tempo veranderen: van een enkel echo-geluidssignaal naar complete bewegende hartbeelden; van katheterisaties via de lies naar ballonnetjes die vernauwde aderen oprekten. Ook was hij betrokken bij een groot aantal nationale en internationale studies, variërend van de effecten van cholesterolverlagers tot innovatieve behandelingen bij hartfalen en acuut myocardinfarct. Zijn naam verscheen op publicaties in toonaangevende medische tijdschriften zoals het American Journal of Cardiology, het European Heart Journal en Circulation. “De vooruitgang is gigantisch geweest,” zegt hij. “En ik mocht eraan bijdragen via internationale onderzoeken en publicaties. Voor mij was dat hobby en werk tegelijk.”

Nooit misleiden

In al die jaren hield hij vast aan één belangrijk principe: eerlijk zijn. “Betrouwbaarheid is essentieel. Je moet een patiënt nooit misleiden. Leg uit wat er aan de hand is, wat de risico’s zijn, en erken ook dat je het soms niet zeker weet.” Dat gold zeker bij wetenschappelijk onderzoek. “Het is niet niks om doodzieke mensen te vragen mee te doen aan een trial. Sommige zeiden: ‘Aan mijn lijf geen polonaise, ik wil gewoon beter worden.’ Dat begrijp ik. Dan moet je heel zorgvuldig uitleggen waarom onderzoek belangrijk is, maar uiteindelijk beslist de patiënt. Altijd.”

Een dokter als familielid

In zijn spreekkamer ontmoette Withagen een doorsnee uit de samenleving. “Patiënten uit Marokko of Afghanistan zagen de dokter vaak als een familielid. Dat vond ik mooi. Dan ben je niet alleen behandelaar, maar ook vertrouwenspersoon. Je draagt samen de verantwoordelijkheid.” Die nabijheid waardeerde hij juist. Voor hem was dat geen belasting, eerder een bevestiging dat je mensen niet alleen helpt met je kennis, maar ook met je aanwezigheid en een luisterend oor.”

Roken, vapen en leefstijl

Nog altijd ergert hij zich aan de hardnekkigheid van rookgedrag. Een roker leeft gemiddeld tien jaar korter. Economisch gezien levert het accijns op voor de schatkist, maar maatschappelijk is het een ramp.” Over vapen is hij nog stelliger: “Dat is nóg erger dan roken. Jongeren beginnen er massaal aan, zonder te beseffen wat het met hun hart doet. Het is desastreus.” Zijn advies spreekt dan ook voor zich: “Stop met roken en vapen. Let op je gewicht. Beweeg. Het klinkt basaal, maar het maakt een wereld van verschil.”

Van cardioloog tot SCEN-arts

Na zijn pensionering bleef het wringen. Hij miste al snel het contact met patiënten, de gesprekken, de menselijkheid. Hij werd SCEN-arts, zij geven steun en consultatie bij euthanasie. “Huisartsen die euthanasie overwegen, moeten een tweede onafhankelijke arts raadplegen. Dat werd ik. Heel verantwoordelijk werk, maar ook waardevol.” Hij leerde dat het besef van eindigheid vaak juist verdieping brengt. “Als mensen weten dat ze nog maar kort te leven hebben, ontstaat er quality time. Dan worden gesprekken met de partner, kinderen of vrienden intenser. Ik moedigde patiënten aan om die tijd te benutten. Zodat je zonder misverstanden afscheid kunt nemen.”

Toekomst van de cardiologie

En hoe ziet de toekomst eruit? “Techniek en kunstmatige intelligentie zullen steeds belangrijker worden. We hebben het allemaal over AI. AI kan diagnoses helpen stellen, onderzoeksresultaten interpreteren. Maar één ding kan AI nooit: een hand vasthouden, geruststellen, luisteren. Dat blijft mensenwerk. Het menselijk contact tussen arts en patiënt, en de vertrouwensband die daardoor wordt bepaald, is onvervangbaar.” Het complete interview beluisteren kan op Spotify of YouTube.

Related Posts