De organisatie als organisme, niet als systeem

In een tijd waarin organisaties steeds meer op systemen lijken, efficiënt, gestroomlijnd, geautomatiseerd en beheerst door algoritmen, klinkt een tegengeluid. Filosoof en biomedicus Walter Breukers schreef samen met historicus en kunstenaar Jaap Godrie ‘Wij zijn geen machines’, een boek dat een fundamentele vraag stelt: wat betekent het nog om mens te zijn in een wereld die steeds mechanischer wordt? Beiden ontmoetten elkaar aan de universiteit, op het snijvlak van wetenschap en kunst. Sindsdien zoeken ze samen naar manieren om de menselijke maat te herontdekken. Hun boek is, zoals ze zelf zeggen, geen handleiding met kant-en-klare oplossingen, maar een zoektocht naar een nieuw mensbeeld.

De mens als systeem of als levend organisme?

Veel moderne organisaties, zeggen Breukers en Godrie, functioneren als machines. Vooral in grote ‘theoretische organisaties’, denk aan banken, advocatenkantoren, en telecombedrijven waar mensen met het hoofd werken en niet met de handen, domineren abstractie, overleg en bureaucratie. “Mensen praten eindeloos, mailen en vergaderen,” zegt Breukers. “Maar er gebeurt (te) weinig. Dat noemen wij ‘saaie vernietiging’: de energie die verdwijnt in woorden zonder daden.” Die mechanische manier van organiseren komt niet uit de lucht vallen. Eeuwenlang is de mens beschreven in technische termen, als een klok, een fabriek, een verzameling mechanismen. Zelfs onze taal zit vol met zulke metaforen: we ‘laden ons op’, ‘kijken onder de motorkap’ of ‘lopen vast’. “Als je over jezelf denkt als een machine,” zegt Godrie, “dan ga je jezelf ook zo behandelen.”

Kantoren als lopende band

Wie hun boek leest, herkent het beeld: kantoortuinen vol schermen en gladde oppervlakken die vrijwel overal hetzelfde zijn, met afdelingen als Human Resources, een term die Breukers liever vervangt door Human Sources. “We zijn geen grondstoffen,” zegt hij, “maar bronnen van betekenis.” Het moderne kantoor, stellen ze, is de nieuwe lopende band: afstandelijk, efficiënt en vaak onmenselijk. Het gevolg is vervreemding. De taal in organisaties is abstract, de ruimtes gestandaardiseerd, de ramen kunnen vaak niet open. “Het is letterlijk een luchtbubbel,” zegt Godrie. “De werkelijkheid komt niet meer binnen.”

De mens als ecosysteem

In hun zoektocht stuiten de auteurs op een ander beeld: de mens als levend, ademend ecosysteem. We bestaan niet uit radertjes of electronica, maar uit miljarden samenwerkende cellen en micro-organismen, een ecosysteem dat is te vergelijken met een soort wandelend bos. “Een machine kun je uit elkaar halen en opnieuw in elkaar zetten,” zegt Breukers. “Maar bij een mens verdwijnt dan het leven. Het leven zit in de samenhang.” Die gedachte heeft verstrekkende implicaties voor organisaties. Als mensen geen onderdelen zijn, kun je ze ook niet zomaar vervangen. Een organisatie die mensen als levend weefsel beschouwt, moet anders omgaan met tijd, relaties en vertrouwen.

Minder praten en mailen, meer ervaren

Wat moet er dan gebeuren? “Minder praten, minder mailen, minder vergaderen,” zegt Godrie. “En meer ervaren. Ga de wereld in waarover je spreekt.” Hij pleit bijvoorbeeld voor zintuiglijk bestuur: raadzalen waarin niet alleen gepraat wordt over boeren of leraren, maar mét hen. “Zet degenen waarover je beslist letterlijk in het midden van de kamer.” De auteurs zien organisatiecultuur niet als iets wat je kunt “managen” of ontwerpen met posters, kernwaarden of slogans, maar als iets dat voortdurend groeit uit het samenspel van mensen, taal en ruimte. In hun ogen is cultuur geen pakket van regels, maar eerder een ecologisch systeem: het ontstaat in de manier waarop mensen zich tot elkaar verhouden, hoe ze spreken, luisteren, en vooral hoe ze omgaan met fouten en kwetsbaarheid. Een cultuur die zich richt op controle en prestatie, zeggen ze, verstikt uiteindelijk haar eigen vitaliteit. “Veel bedrijven zijn verslaafd geraakt aan efficiëntie,” aldus Breukers. “Ze willen gedrag voorspellen, risico’s uitsluiten en resultaten afdwingen. Maar wat je dan verliest, is de menselijkheid die juist voor echte samenwerking zorgt.” Daarom pleiten ze voor wat ze zelf een organische cultuur noemen: een werkomgeving waarin ruimte is voor onzekerheid, humor, twijfel en reflectie. Godrie vergelijkt het met een tuin: je kunt de groei niet afdwingen, maar wel de omstandigheden scheppen waarin iets kan bloeien. Dat betekent dat leidinggevenden niet moeten sturen op controle, maar op vertrouwen en betekenisvolle relaties.

Een ander mensbeeld

Breukers: “De mens is niet ontworpen, maar gegroeid. Vier miljard jaar evolutie heeft ons gevormd. We zijn geen machines, maar levende systemen, kwetsbaar, enorm complex maar tegelijkertijd erg veerkrachtig.” Hun oproep is eenvoudig maar radicaal: herontwerp organisaties naar het beeld van het leven zelf. Niet door ze te perfectioneren, maar door ze menselijker te maken. Want pas als we dat durven, zeggen ze, kunnen we weer leren samenwerken als mensen en niet als machines.

Wil je het hele interview beluisteren: spotify  https://open.spotify.com/episode/0Cj1jwJ3TxZoi6aO6bsVpp

YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=RyMfsAYZXu8&t=457s

Related Posts