Hoogleraar Filosofie, Beroepsethiek en Integriteitsmanagement aan Nyenrode Business Universiteit Edgar Karssing ziet dat organisaties vastlopen in steeds meer regels. Terwijl in plaats van deze regels keurig volgen, je ook wat vaker eerst stil kan staan bij wat goed is om te doen. Dan heb je het over ethiek, dat vaak wordt gezien als zwaar en belerend, maar dat is echt een misvatting. “Ga ermee aan de slag en maak er iets blijmoedigs van. Werk aan een betere wereld. Vooral als je het samen doet, zal het jou en je organisatie veel brengen.” Juist een open en blijmoedige houding helpt daarbij. Desondanks hoor je in veel vergaderzalen door het hele land dezelfde verzuchtingen klinken: nóg een protocol, nóg een compliance-richtlijn, nóg een aanvulling in de beroepscode, nóg een verplicht e-learning. Organisaties proberen grip te krijgen op een complexe wereld, denk aan klimaatverandering, AI en geopolitieke spanningen. Maar volgens Edgar maak je de problemen hiermee alleen maar groter. ‘Bij ieder incident grijpen we naar dezelfde reflex: méér voorschriften, méér toezicht. In plaats van eerst drie stappen terug te zetten en te kijken wat nu eigenlijk de kern is, ofwel het échte probleem.’
Karssing pleit voor iets dat opmerkelijk eenvoudig klinkt en tegelijk zeldzaam is geworden: ethiek als dagelijks gesprek. Daarmee bedoelt hij dat ethiek niet iets is voor aparte sessies, regels of trainingen, maar een doorlopend gesprek tijdens het gewone werk. Medewerkers bespreken samen echte situaties, twijfels en dilemma’s en vragen zich af: doen we het goede, op de goede manier?
Ethiek hoeft niet zwaar te zijn
Karssing is wars van de plechtstatige manier waarop ethiek vaak wordt gepresenteerd. ‘We maken er iets zwaarmoedigs van, alsof het alleen gaat over grote misstanden. Terwijl ethiek juist heel blijmoedig kan zijn: samen bedenken hoe we het een beetje beter kunnen doen.’ In zijn colleges, workshops en boeken herhaalt hij een kernzin: ethiek is nadenken over het goede doen op een goede manier. Niet alleen over doelen, maar ook over hoe we onderweg met elkaar omgaan.
Die zoektocht hoeft zich niet af te spelen in commissies of beleidsdocumenten. Juist in het dagelijks werk ontstaan de echte vragen: hoe ga je om met een boze klant? Hoe spreek je een collega aan als je het gevoel hebt dat hij dingen over de schutting gooit? Wat weeg je zwaarder: gastvrijheid of veiligheid? Kies je als HR-adviseur in een lastige kwestie voor de medewerker of voor de organisatie? ‘Dat soort dilemma’s staan niet in protocollen,’ zegt Karssing. ‘Maar medewerkers moeten er wel elke dag mee omgaan.’
Tussen de neuzen
Een van de hardnekkigste misverstanden over organisatiecultuur is volgens Karssing het idee dat waarden ‘tussen de oren’ moeten komen. Hij trekt zijn wenkbrauwen op als deze uitspraak langs komt in het gesprek. Er komt helemaal niemand tussen mijn oren, in geen honderd jaar. Het gaat er niet om dat mensen worden geprogrammeerd met kernwaarden; het gaat om het gesprek: ethiek moet niet tussen de oren komen, maar tussen de neuzen. Dat heb ik van collega Andre Wierdsma geleerd Dáár wordt ethiek levend.’ Met ‘tussen de neuzen’ bedoelt hij dat ethiek ontstaat in het gedeelde gesprek, in de echte, concrete uitwisseling tussen mensen en niet door individuen vol te stoppen met waarden of regels. Organisaties die hun waarden willen laten landen, zouden volgens hem moeten ophouden met bijvoorbeeld grote veranderprogramma’s, posters aan de muur, cascade-modellen en jaarlijkse e-learnings. In plaats daarvan kunnen ze beter het volgende doen: tijdens een werkoverleg een concreet klantgesprek nabespreken. Een dossier dat schuurt samen analyseren. Een dilemma dat een medewerker bezighoudt open op tafel leggen. Echte voorbeelden uit de praktijk werken het beste.
Morele moed en psychologische veiligheid
Maar reflectie alleen is niet genoeg. Het verschil tussen weten wat goed is en het ook doen, vraagt om moed. Karssing spreekt over “morele moed”: een collega aanspreken, een besluit ter discussie stellen, een dilemma hardop uitspreken en op tafel leggen. Dat klinkt stoer, maar is vaak ronduit spannend. Een medewerker die dat doet kan gezien worden als criticaster en worden weggezet als zeurpiet — of zelfs als lastig. Een leidinggevende die een impopulaire beslissing nuanceert, riskeert gezichtsverlies. Daarom is een veilige cultuur noodzakelijk. Karssing verwijst naar onderzoek van Harvard-hoogleraar Amy Edmondson: teams die openlijk fouten durven te bespreken, presteren beter. Zonder psychologische veiligheid krijgt ethiek geen kans. ‘Als je medewerkers naar een cursus “aanspreken” stuurt, maar ze terug laat komen in dezelfde onveilige omgeving, worden ze alleen maar cynischer,’ waarschuwt hij. ‘Je kweekt geen moed door te wijzen. Je kweekt moed door ruimte te maken.’
Het feilbare geweten
In zijn recente boek Het feilbare geweten put Karssing inspiratie uit Adam Smith: niet de econoom van de vrije markt, maar de moraalfilosoof. Smith beschreef hoe ons geweten gevormd wordt, maar ook hoe makkelijk het ontspoort: door eigenbelang, vermoeidheid, groepsdruk, teleurstelling. ‘We moeten erkennen dat mensen géén engelen zijn,’ zegt Karssing. ‘Maar ook geen duivels. Ethiek moet daarom psychologisch realistisch zijn. Reken mensen niet af op perfectie, maar ondersteun ze in de feilbaarheid die bij mens-zijn hoort.’ Regels hebben daarin hun functie, maar moeten niet het fundament vormen. ‘Regels zijn hulpmiddelen, geen stuurmechanismen. Ze geven richting, maar mogen het denken niet vervangen.’
De tuinier
Om die ethische gevoeligheid te laten groeien, introduceert Karssing een beeld dat inmiddels geliefd is onder zijn studenten: de leider als tuinier. ‘Een tuinier trekt niet aan planten om ze sneller te laten groeien,’ zegt hij. ‘Hij creëert de omstandigheden waarin groei mogelijk wordt: water, licht, voeding, aandacht. Zo zouden leiders ook moeten kijken naar ethiek. Je bouwt aan een omgeving waarin mensen het goede kúnnen doen.’ Garanties bestaan niet, benadrukt hij. Maar je hebt wel invloed: een vruchtbare bodem maakt het verschil tussen een organisatie die gedijt en een organisatie die vastloopt in controlezucht.
‘Het lichte’
Wat blijft hangen na het gesprek met Edgar Karssing is geen zwaar moreel appel, maar juist een lichtheid die zeldzaam is in discussies over integriteit. Ethiek is geen systeem, geen compliance-paragraaf, geen zwaar instrumentarium. Het is een praktische manier van samenwerken, waarbij ook regelmatig gezamenlijk wordt gereflecteerd op de vaak weerbarstige realiteit. Een manier van kijken naar en leren van elkaar, naar werk, naar de wereld. ‘Als we iets meer tijd nemen om (naar elkaar) te luisteren,’ zegt Karssing. ‘Als we vaker onszelf durven vragen: kan de ander gelijk hebben? Als we échte gesprekken voeren, dan wordt de wereld er niet slechter op.’ Misschien is dat, in tijden van complexiteit en polarisatie, precies ‘het lichte’ dat we zijn kwijtgeraakt. Met ‘het lichte’ bedoelt hij dat ethiek een positieve, praktische en mensgerichte activiteit kan zijn: een manier van samenwerken die niet voelt als een dwangbuis, maar juist lucht geeft. En dat is precies wat we nodig hebben.
Wil je het hele verhaal horen; luister dan naar de podcastaflevering op YouTube of Spotify



